|
De Delftse Poort en de stad als gedicht: Middag van de leerstoel Letteren en Samenleving
Lezing door Frans-Willem Korsten en debat met Ramsey Nasr,
Paul Kuypers en Elma van Boxel, onder leiding van Natasja van den Berg
De Unie, dinsdag 12 januari 2010, 17:00 – 18:30 uur, toegang gratis
In de eerste helft van de twintigste eeuw was de Delfts(ch)e Poort een belangrijk icoon in Rotterdam. Hij werd afgebroken omdat hij in de weg stond, wat vreemd is voor een poort die juist doorgang moet verlenen. Hij zou elders weer worden opgebouwd, maar er kwam een oorlog tussen. Daarna werd de poort niet meer herbouwd. Een kunstwerk van Cor Kraat belichaamt nu een nieuwe Delftse Poort aan de rand van het stadscentrum met uitzicht op Pompenburg en de Hofpleinrotonde. Wat betekent dit, op die plaats?
Gebruikelijk is om over de Delftse Poort te denken in termen van een verhaal. Er zit immers een geschiedenis achter. Meer algemeen is het nu vaak gebruikte: ‘de stad spreekt en vertelt een verhaal’. In november 2009 startte projectontwikkelaar Rudy Stroink een discussie op het weblog van NRC-Handelsblad waarin hij onder meer stelde dat Nederlandse steden aantrekkelijker en inzichtelijker kunnen worden door hun geschiedenis meer voelbaar en leesbaar te maken.
Wanneer we een willekeurige moderne stad bekijken, is het meest veelzeggend dat die stad groeit, vanaf de negentiende eeuw zelfs explosief. Is het verhaal van de stad dan het verhaal van groei? Of is het kenmerkende van de stad dat haar vorm steeds verandert? Beschouwd vanuit de literatuur is vorm niet zozeer kenmerkend voor het verhaal, maar voor het gedicht. De Delftse Poort, de sloop en zijn herrijzenis als kunstwerk kunnen worden gevat in een verhaal. Het verdwijnen van het gebouw als toegangspoort is het gevolg van explosieve groei, ofwel vormverandering. Heeft de stad nog grenzen of dijt zij uit, niet als een coherent verhaal, maar als een immer groeiend, zichzelf herscheppend gedicht?
In een aanzet tot discussie gaat Frans-Willem Korsten, hoogleraar Literatuur en Samenleving, in op een benadering van de Westerse stad in termen van verhaal en gedicht. These is dat de stad niet moet worden opgevat als een verhaal, maar als poëzie. Dat hoeft geen aangename of mooie poëzie te zijn, integendeel. Poëzie, en zeker moderne poëzie, is vaak niet ‘mooi’, ze zoekt de taal aan de grens van het begrijpelijke. Zo worden steden in Italo Calvino’s boek De onzichtbare steden ook beschreven als poëzie.
Met: Frans-Willem Korsten (hoogleraar Literatuur en Samenleving Erasmus Universiteit Rotterdam); Ramsey Nasr (Dichter des Vaderlands, auteur, regisseur, acteur); Paul Kuypers (publicist en cultuurcriticus) en Elma van Boxel (architecte van bureau ZUS, winnaar van de Maaskantprijs voor Jonge Architecten 2007), onder leiding van Natasja van den Berg (publiciste en auteur van Praktisch Idealisme).
Ramsey Nasr zal het gedicht Mi have een droom voordragen; Rotterdamse straattaal in 2059.
De jaarlijks terugkerende lezing wordt georganiseerd door de Stichting Letteren en Samenleving Rotterdam rond de verjaardag van de hoogleraar, wiens leerstoel is ingesteld door de stichting.
Boekhandel De Balustrade is tijdens de middag aanwezig met een stand.
Datum : Dinsdag 12 januari 2010
Plaats : De Unie, Mauritsweg 34-35, 3012 JT Rotterdam
Aanvang : 17:00 uur – 18:30 uur
Toegang : Gratis, reserveren gewenst, via www.rrkc.nl of 010-433 35 34
> Terug
|